11-09-12

Regering-Di Rupo I: justitiebeleid

Liégeois1.jpg

 

7 DECEMBER 2011 - De nieuwe regering-Di Rupo I legde gisteren de eed af bij de Koning. Haar justitiebeleid is grotendeels de voortzetting van wat al eerder was beslist. Nieuw is vooral dat bepaalde bevoegdheden helemaal naar de deelstaten gaan: de jeugdbescherming, de justitiehuizen, het rampenfonds, de onteigeningswet. Ook wordt het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde gesplitst. Justitie en Binnenlandse Zaken moeten - in tegenstelling tot andere departementen - niet bezuinigen. Verder wordt een aantal knopen doorgehakt. De strafuitvoeringsrechtbanken worden bevoegd voor àlle veroordeelden, ook die met straffen onder de drie jaar. 

1. HET JUSTITIEBELEID

Het justitiebeleid van Di Rupo I borduurt voort op het beleid van de regering Leterme I. Een boel voorstellen uit het regeerakkoord zijn al eerder ingediend in het parlement onder de vorm van "brieven" van de voormalige Justitieminister Stefaan De Clerck (CD&V), maar het ligt voor de hand dat zijn opvolgster Annemie Turtelboom (Open Vld) die nog wat zal bewerken. De belangrijkste verschillen met Leterme I liggen bij de overheveling van bepaalde bevoegdheden naar de deelstaten. We behandelen het justitiebeleid in vier delen: de overheveling van bevoegdheden naar de deelstaten; de splitsing van het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde; het eigenlijke justitiebeleid; het politie- en veiligheidsbeleid. We verwijzen naar vroegere initiatieven en naar kritieken die nu al werden gegeven.

1.1. BEVOEGDHEDEN NAAR DE DEELSTATEN

De deelstaten zullen nauwer bij het justitiebeleid worden betrokken. Het is niet indrukwekkend veel, maar toch krijgen ze een aantal extra bevoegdheden.

* Ze zullen mee de rondzendbrieven over het strafbeleid kunnen opstellen voor hun eigen domeinen (stedenbouw, leefmilieucriminaliteit e.d.).

* Ze krijgen een positief injunctierecht voor de domeinen waarvoor ze bevoegd zijn: ze kunnen bv. de vervolging bevelen van een milieucrimineel.

* Ze krijgen de justitiehuizen onder zich.

* Ze mogen deelnemen aan de benoeming van bijzitters in de strafuitvoeringsrechtbanken.

* De jeugdbescherming gaat (behalve de jeugdrechters zelf) helemaal naar de deelstaten. Dat was al zo voor de opvang van minderjarigen in nood (possen), maar nog niet zo voor criminele minderjarigen (moffen). In de toekomst zullen de deelstaten kunnen beslissen welke maatregelen ze opleggen aan minderjarigen, wanneer ze een minderjarige in een gesloten instelling zoals Mol zullen plaatsen en wanneer ze hem doorsturen naar de gewone rechter voor volwassenen.

* Het rampenfonds gaat naar de gewesten en die krijgen inspraak in de organisatie en de werking van het federaal crisiscentrum.

* Ook de onteigeningswet gaat naar de deelstaten, behalve voor onteigeningen door de federale overheid.

1.2. GERECHTELIJK ARRONDISSEMENT BHV

En dan is er natuurlijk het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. Dat mag niet worden verward met het veel mediatiekere kiesarrondissement. Dit laatste moést gesplitst worden van het Grondwettelijk Hof (zie: hier, nvdr). Het gerechtelijk arrondissement moest echter niét gesplitst worden. Toch wil de regering-Di Rupo dat nu ook doen op basis van de formule die aanvankelijk door Senator Hugo Vandenberghe (CD&V) werd aangedragen, maar daar kwamen zoveel liflafjes bij dat het voorstel een zeer complexe boel is geworden, ja zelfs gedenatureerd. We komen hier later op terug. Maar hier eerst de krachtlijnen van het regeerakkoord en in een tweede deel de belangrijkste kritieken die tot nu toe daarop gegeven zijn.

1.2.1. HET AKKOORD

Het akkoord bestaat eigenlijk uit drie grote punten: een hervorming van het parket; een hervorming van de rechtbank; allerlei wijzigingen aan de taalwetgeving.

1.2.1.A. HET PARKET

* Er komen twee parketten: een tweetalig in Brussel, bevoegd voor de 19 gemeenten, en een Nederlandstalig in Halle-Vilvoorde.

* Het parket van Halle-Vilvoorde krijgt 20% van het huidige aantal parketmagistraten in BHV. Pas na drie jaar kan de verdeling van de magistraten in beide parketten worden geëvalueerd.

* Op het parket van Halle-Vilvoorde moet één derde van de Nederlandstalige magistraten tweetalig zijn. Eén vijfde van het parket van Halle-Vilvoorde zal bovendien bestaan uit tweetalige Franstalige magistraten, die vanuit het parket van Brussel worden gedetacheerd om onderzoeken te doen naar Franstalige daders in Halle-Vilvoorde en om ze te vervolgen. Die magistraten vallen voor het vervolgingsbeleid onder de procureur van Halle-Vilvoorde, maar blijven hiërarchisch onder de procureur van Brussel.

* Omdat beide procureurs van een verschillende taalrol moeten zijn, zal de procureur van Brussel voortaan altijd een Franstalige moeten zijn. Nu moet dit beurtelings een Nederlandstalige en een Franstalige zijn.

* Het parket van Brussel krijgt één vijfde Nederlandstaligen en vier vijfde Franstaligen. Een werklastmeting, die pas na drie jaar mogelijk is, mag er niet toe leiden dat één van beide taalgroepen minder magistraten heeft.

1.2.1.B. DE RECHTBANK

* De huidige rechtbank van BHV wordt "gesplitst" (in feite: ontdubbeld) in een Nederlandstalige rechtbank en een Franstalige rechtbank. Beide zijn bevoegd voor de 54 gemeenten van BHV. Een vijfde van de huidige rechters gaan naar de Nederlandstalige rechtbank, vier vijfde naar de Franstalige rechtbank. Alleen bij de rechtbank van koophandel wordt die verhouding 60% F/40% N. Momenteel is minstens een derde van de magistraten Nederlandstalig.

* Een derde van de beide rechtbanken moet in de toekomst slechts functioneel tweetalig zijn. Nu moet nog twee derde grondig tweetalig zijn. Deze nieuwe taaleisen gelden ook voor de griffies en het gerechtelijk personeel.

1.2.1.C. DE TAALWET

De al heel ingewikkelde taalwet in gerechtszaken wordt nog complexer gemaakt om "de rechten van de Franstaligen te vrijwaren".

* Zo zullen de partijen in een rechtszaak overal in het land (dus ook in Brugge en Aarlen) gezamenlijk kunnen vragen om hun zaak in een andere landstaal te laten behandelen. De rechter moet hierover binnen de vijftien dagen beslissen.

* Partijen uit BHV zullen vrijwillig voor de rechter met de taal van hun keuze kunnen verschijnen. Twee Franstaligen (of zelfs twee Nederlandstaligen) uit Vilvoorde kunnen zelf hun zaak dus voor de Franstalige rechtbank brengen (bv. omdat die sneller werkt).

* Voor inwoners van Brussel en de zes randgemeenten kan taalwijziging in de toekomst veel makkelijker dan vroeger in zaken die in het Nederlands moeten worden ingeleid. De burgerlijke rechter kan alleen een verzoek van de gedaagde (de "verweerder") tot taalwijziging weigeren, als de meerderheid van de pertinente dossierstukken in de taal is die de verweerder niet wil; of als de arbeidsrelatie in de taal is die de verweerder niet wil. De taalkennis van de gedaagde mag niet meer getoetst worden.

Bijvoorbeeld. Wie een auto verkoopt aan iemand van Wemmel en er zijn wat meer mailtjes in het Frans dan in het Nederlands, kan het voor de Franstalige rechter gaan uitleggen als de koper dat zo wil, zelfs al spreekt die koper perfect Nederlands.

De Commissie voor de Modernisering van de Rechterlijke Orde moet nagaan of dit stelsel niet tot het hele land kan worden veralgemeend.

1.2.2. DE EERSTE KRITIEKEN

Alle betrokkenen hebben ondertussen al samen met de oppositiepartijen N-VA en VB, geprotesteerd tegen de manier waarop het gerechtelijk arrondissement wordt gesplitst. We komen hier later op terug, maar geven nu al de belangrijkste kritieken van Meester Fernand Keuleneer, oud-voorzitter van het Vlaams Pleitgenootschap bij de balie in Brussel.

== De ontdubbeling van de rechtbank van de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank en de rechtbank van koophandel in Franstalige en Nederlandstalige rechtbanken brengt niets bij. In de praktijk zijn die rechtbanken nu al apart. Er komen alleen extra kosten en nog wat nieuwe nadelen.

== De Vlamingen worden zwaar benadeeld. Het aantal Vlaamse magistraten wordt gereduceerd van een derde naar 20%, van 68 naar 46, terwijl het aantal Franstalige 158 wordt. Dat gebeurt zonder een meting van de werklast, terwijl voormalig justitieminister De Clerck (CD&V) altijd verklaard heeft dat hij het aantal magistraten niet meer wil veranderen tenzij na een werklastmeting. Deze hervorming kwam tot stand op basis van foutieve cijfers over de verhouding tussen Franstalige en Nederlandstalige zaken in BHV.

Tijdens een debat van het Vlaams Pleitgenootschap bij de balie van Brussel repliceerde senator Francis Delpérée (cdH), die Joëlle Milquet adviseerde tijdens de onderhandelingen over dit akkoord, dat de verhouding 80/20 in een wet komt die later slechts met een bijzondere meerderheid (2/3 en de helft in beide taalgroepen) kan worden gewijzigd.

== De Vlaamse invloed in Brussel vermindert enorm, onder andere omdat de procureur nooit meer een Nederlandstalige zal zijn. Brussel is het grootste parket van België en alle internationale instellingen zijn daar.

== Het strafonderzoek in Halle-Vilvoorde wordt verfranst, omdat een groot deel van de crimnaliteit uit de Rand door Franstalige magistraten uit Brussel zal worden afgehandeld. Zij moeten slechts een "functionele" kennis van het Nederlands hebben, geen grondige. (Bart Laeremans (VB) voegt daar aan toe dat verdachten er belang bij hebben om de Franstalige procedure te kiezen omdat de Franstalige parketmagistraten en onderzoeksrechters veel lakser zijn dan de Nederlandstalige, nvdr).

== Het feit dat de Brusselse parketmagistraten die in Halle-Vilvoorde gedetacheerd zijn feitelijk onder twee procureurs vallen, maakt het er allemaal niet eenvoudiger op.

1.3. HET ALGEMENE JUSTIEBELEID

Het regeerakkord bevat nog een reeks andere maatregelen, waarvan de meesten al in de pijplijn zaten. Een greep:

* Op Justitie en Binnenlandse Zaken wordt niet bezuinigd, in tegenstelling tot op alle andere departementen.

* De Raad van State (en eventuele federale administratieve rechtbanken) zullen ook schadevergoedingen kunnen toekennen aan partijen die hun zaak winnen. Nu moeten die partijen nog altijd achteraf naar de burgerlijke rechter stappen en daar is hun claim vaak verjaard.

* De komende justitieminister zal het aantal gerechtelijke arrondissementen met tenminste de helft moeten verminderen. Er komt ook één beheer van budgetten en personeel per arrondissement, maar de rechtbanken van koophandel, de vrede- en politierechtbanken en de arbeidsrechtbanken blijven onafhankelijk. Dat is het "akkoord" dat na de mislukking van de onderhandelingen over het zogenaamde Atomiumoverleg door voormalig justitieminister Stefaan De Clerck (CD&V) werd bereikt.

* Magistraten worden per Hof van Beroep benoemd en zullen daar overal ingezet kunnen worden.

* Het Hof van Beroep van Brussel krijgt extra middelen.

* De regering zal het parlementaire voorstel om een familierechtbank op te richten ondersteunen.

* "Het gebruik van de mogelijkheden om in beroep te gaan wordt gerationaliseerd". Vermoedelijk moeten we hier lezen: "beperkt". Hoe dat zal gebeuren blijft volkomen in het ongewisse.

* Het statuut van de deurwaarders wordt hervormd, maar hoe of waarom is niet duidelijk.

* Magistraten zullen - net als parlementsleden - al hun nevenmandaten moeten aangeven. Of dat veel zal opleveren is maar de vraag: magistraten kunnen niet zo onbeschaamd cumuleren als politici.

* Ook de Hoge Raad voor Justitie wordt hervormd. Meer bepaald zijn opdracht om een externe controle op rechters uit te oefenen wordt veranderd.

* De regering zal het snelrecht bevorderen en er komen meer nieuwe autonome straffen, zoals thuisdetentie (huisarrest) en elektronisch toezicht (momenteel is dat alleen mogelijk op het einde van een celstraf, niet als aparte onafhankelijke straf).

* De strafuitvoeringsrechtbanken zullen bevoegd worden voor de uitvoering van àlle straffen, ook die onder de drie jaar. Dat is een gigantische hervorming die de werklast van deze rechters aanzienlijk zal doen toenemen en die veel geld zal kosten.

* Er komt een werkgroep van ambtenaren van Justitie, Buitenlandse Zaken en Binnenlandse Zaken om ervoor te zorgen dat meer vreemde criminelen hun celstraf in het buitenland uitzitten.

* Er is een heel verwarde passage over onsamendrukbare straffen. Enerzijds zegt het regeerakkoord dat wie levenslang of dertig jaar kreeg voor een moord, een verkrachting, zedenschennis of ontvoering van een minderjarige, daarvan minstens de helft zal moeten uitzitten. Bij recidive wordt dat drie vierde. Dit lijkt dus op een verstrenging van de wet op de voorwaardelijke invrijheidsstelling voor een heel beperkte groep criminelen. Maar vlak daarna staat er dan dat de rechter die de straf oplegt, moet bepalen wat de minimale strafduur is die moet worden uitgezeten (de zgn onsamendrukbare straffen). De paragraaf suggereert enerzijds een verstrenging van de VI-wet en anderzijds de mogelijkheid tot onsamendrukbare straffen. De coalitie is het duidelijk niet helemaal eens geraakt hierover. Over dit onderwerp was in het verleden al veel ruzie tussen enerzijds socialisten en christendemocraten (tégen onsamendrukbare straffen) en anderzijds liberalen (voor onsamendrukbare straffen).

De regeling voor wie recidivist is wordt erg vereenvoudigd en serieus verstrengd voor dezelfde zware inbreuken (moord, ontvoering en verkrachting van minderjarigen e.d.): wie in de voorbije tien jaar een effectieve straf van minstens drie jaar kreeg is recidivist. Deze regels maken het allemaal zeker niet eenvoudiger voor de rechtbanken om een correct en rechtvaardig vonnis te vellen.

* De wet-Onkelinx op de terbeschikkingstelling (en mogelijke heropsluiting) van veroordeelden die hun straf al hebben uitgezeten, wordt onmiddellijk uitgevoerd. Deze wet moest eigenlijk al sinds 1 juli 2009 van kracht zijn, maar ze werd uitgesteld omdat de bouw van de interneringsinstelling in Antwerpen zo'n kolossale vertraging opliep. (Zie hier voor meer uitleg over deze wet, nvdr).

* Het Veiligheidskorps dat de gedetineerden vervoert van de bajes naar het justitiepaleis wordt uitgebreid.

* Er komt een nationale mensenrechtencommissie. Ook dit wordt al vele jaren aangekondigd. Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding is kandidaat om deze taak op zich te nemen.

Vermelden we nog dat de Orde van Vlaamse Balies al een uitvoerig memorandum met eisen aan minister Turtelboom heeft gestuurd. Zie: hier voor de inhoud van dit memorandum.

1.4. POLITIE EN VEILIGHEID

* De politiezones moeten groter: wie wil samensmelten mag dat; samenwerkingen (bij het aanwerven van personeel, gemeenschappelijke aankopen e.d.) worden gestimuleerd.

* Er moet meer blauw op straat. De politie moet geen openbare gebouwen, gerechtsgebouwen, ambassades meer bewaken en geen gedetineerden meer overbrengen.

* Het tuchtstatuut wordt vereenvoudigd en het premiestelsel eveneens. Er komt een "functionele verloning".

* In Brussel verandert ook een beetje.

== Zo wordt de minister-president van het Gewest coördinator van het veiligheidsbeleid. Hij moet de politiereglementen van de zones harmoniseren, een globaal gewestelijk veiligheidsplan uitwerken, de criminaliteit overal op dezelfde manier registreren.

== Alleen de Brusselse regering zal nog de begrotingen van de politiezones controleren.

== Nog slechts één overheid wordt bevoegd voor de ordehandhaving in de Brusselse stations en metro.

== Het Gewest streeft naar samenvoeging van bepaalde administratieve diensten en aankopen. Van een fusie van de politiezones, van een degelijke financiële controle op die zones is vooralsnog geen sprake. (Zie hier voor meer duiding, nvdr.)

* Gemeentelijke administratieve sancties ("overlastboetes") zullen hoger mogen zijn en ook opgelegd kunnen worden aan minderjarigen vanaf 14 jaar (nu: 16 jaar), zoals voormalig binnenlandminister Annemie Turtelboom (Open Vld) had gewild, de Antwerpse burgemeester Patrick Janssens (sp.a) zelfs 12 jaar. (Zie hier voor meer duiding, nvdr.)

* De vrijwillige brandweerman wordt geherwaardeerd. De hulpzones krijgen rechtspersoonlijkheid en de hulpdiensten worden bijkomend gefinancierd, bv. via de verzekeringen.

JOHN DE WIT 

http://www.gva.be/nieuws/experts/johndewit/-1669.aspx

De commentaren zijn gesloten.